X
Volg ons op het pad van de Europese geschiedenis

50 n.C.: De Romeinse tijd: een tweedeling van de Lage Landen.

De romeinse tijd in Nederland

In de 1 eeuw voor Christus onderwierp Julius Caesar Gallië, het tegenwoordige België, het zuiden van Nederland en het Duitse Rijngebied. De rivier de Rijn werd een natuurlijke grens van het Romeinse Rijk. Langs deze grens (de “limes”) liep aan de linkeroever een weg waarlangs snel troepen verplaatst konden worden. Ook maakten handelaren gebruik van deze weg die van Keulen (Colonia Agrippina) naar Brittenburg bij Katwijk liep. De Romeinen bouwden er forten. Sommige daarvan groeiden uit tot steden zoals Utrecht (Ultra Trajectum) en Nijmegen (Noviomagus).

 

Er ontstonden ook steden op plaatsen waar men redelijk gemakkelijk een rivier kon oversteken. Een mooi voorbeeld is Maastricht (Mosae Trajectum).

 

De Romeinen lieten deze uithoek van hun rijk bewonen en bewaken door met hen verbonden stammen, de Bataven en Kaninefaten. De stammen aan de andere kant van de Rijn zoals de Friezen en Saksen behielden hun vrijheid. Wel dreven ze handel met de Romeinen, en de Romeinse munten golden daar ook als betaalmiddel. Omdat de Romeinen steeds meer eisen stelden aan de Bataven, kwamen die onder leiding van de eenogige Julius Civilis in opstand. In 70 na Christus sloegen de Romeinen deze rebellie neer.

 

Toen omstreeks 300 het Romeinse Rijk in verval raakte, werd de limes opgegeven. Germaanse stammen zoals de Franken trokken de Rijn over en bezetten het land van de Bataven.

omhoog